De Watertool: Selecteer de geschikte waterbehandeling


Selecteer 1 van bovenstaande onderdelen om de informatie op te vragen.

Oorzaak van een te hoge geleidbaarheid

Het soort water bepaalt de geleidbaarheid. De variatie tussen de verschillende waterbronnen is groot. De geleidbaarheid van een waterbron varieert sterk afhankelijk van deze waterbron. Zo is de geleidbaarheid van regenwater zeer laag (bijna 0 µS/cm). De samenstelling van open putwater kan sterk verschillen: bij hevige neerslag zal de geleidbaarheid dalen, in droge omstandigheden gebeurt het omgekeerde.

Grondwater bezit een geleidbaarheid (EC) van 200 tot meer dan 1500 µS/cm, maar deze is erg plaatsafhankelijk. Verzilt grondwater wordt in de ondiepe lagen vooral aangetroffen nabij de kust (kust en poldersysteem). Ook de geleidbaarheid van de diepere (Landeniaan) grondwaterwinningen neemt sterk toe. Overbemaling zorgt ervoor dat de zoutdruk verder stijgt. Door overmatig pompen is fossiel zout water aangetrokken met het bijhorende kwaliteitsverlies. Een toename van de verzilting wordt vooral veroorzaakt door overbemaling.

Enkele andere voorbeelden: gedemineraliseerd water heeft een geleidbaarheid van 50 µS/cm, zeewater heeft een EC van 50 000 µS/cm.

 

Problemen in de land- en tuinbouw veroorzaakt door een te hoge geleidbaarheid in het water

Veehouderij: Een belangrijk probleem bij het gebruik van water is het zoutgehalte. Dieren kunnen slechts voor een beperkte periode (enkele dagen) water met een hoog zoutgehalte consumeren.

Een te hoog zoutgehalte kan leiden tot groeivermindering, productiedaling en zelfs tot ziekte of sterfte bij het vee. Bij toename van het zoutgehalte, stijgt ook de waterinname, uitgezonderd bij een zeer hoog zoutgehalte waarbij de dieren weigeren te drinken. Een daling van de waterinname leidt eveneens tot een verminderde voederopname.

De tolerantie van het vee tegenover het hoge zoutgehalte is afhankelijk van:

-          De soort

-          De leeftijd

-          De waterbehoefte

-          Het seizoen

-          De conditie waarin het dier verkeert

EC van het water

Tolerantie van het vee

... – 1 000 µS/cm

Vormt geen gevaar voor vee of pluimvee.

1 000 – 2 999 µS/cm

Vormt geen gevaar voor vee of pluimvee.

3 000 – 4 999 µS/cm

Kan worden geweigerd door dieren die een laag zoutgehalte gewoon zijn. Heeft geen invloed op de gezondheid en de productie, maar kan tijdelijk diarree veroorzaken bij vee en waterige uitwerpselen bij pluimvee.

5 000 – 6 999 µS/cm

Gebruik bij zwangere of zogende dieren en pluimvee vermijden. Kan tijdelijke diarree veroorzaken of worden geweigerd door dieren die een laag zoutgehalte gewoon zijn. Water met dit zoutgehalte veroorzaakt bij pluimvee een waterige ontlasting, een verminderde groei en een verhoogde sterftegraad en is hierdoor niet aan te raden.

7 000 – 10 000 µS/cm

Vermijden indien mogelijk, consumptie zal resulteren in gezondheidsproblemen, een verminderde groei en productie en een verhoogde sterftegraad.

> 10 000 µS/cm

Kan onder geen enkele conditie als drinkwater gebruikt worden

Groententeelt:  (8350-11688 umhos/cm)Een te hoog zoutgehalte heeft eveneens een negatieve invloed op het gewas en het land. Elke teelt stelt zijn specifieke eisen naar de EC toe. Algemeen hebben gewassen een bepaalde tolerantie voor zoutconcentraties zonder dat er opbrengstverlies optreedt. Wanneer het zoutgehalte in irrigatiewater de zoutdrempel overschrijdt, vermindert de opbrengst lineair met de toename van het zoutgehalte.

Teelt

Geleidbaarheid (µS/cm)

Tomaat

3000 µS/cm

(zomer: 2400-2500 µS/cm)

Komkommer

3000-3700 µS/cm

Paprika

2500 µS/cm

(zomer tot 2000)

Sla

1500-2000 µS/cm

Witloof

1500-2500 µS/cm

Aardbeien

1200-1800 µS/cm

 

Praktijkbevindingen

Alle wateranalyses die in de loop van de jaren door het Kenniscentrum Water voor Land- en Tuinbouw (KWLT) werden genomen, zijn nauwgezet bijgehouden in een database. Bij het vergelijken van onze praktijkbevindingen met de algemene richtwaarden, kunnen we opmerken dat de geleidbaarheid in de praktijk een grote diversiteit kent. Er zijn immers een groot aantal wateranalyses die een te hoge geleidbaarheid (>2100 µS/cm) kennen.

 

Aantal stalen

Gemiddelde EC (µS/cm)

Min. gemeten EC (µS/cm)

Max. gemeten EC (µS/cm)

Regenwater

94

454

33

1946

Oppervlaktewater

64

1106

204

2471

Open put water

344

728

134

Technieken om problemen met deze parameter op te lossen